|
Over
dialoog, discussie en
debat [terug naar boven]
(door Martin
van
Kalmthout)
Wie
vertrouwd is met het werk van Krishnamurti weet dat er een onderscheid
gemaakt
kan worden tussen een dialoog en een discussie of een debat. In het
werk van
Krishnamurti zijn vele uitspraken over dit onderwerp te vinden, evenals
in het
werk van David Bohm. Toch leert de praktijk dat we die inzichten en
aanwijzingen in ons dagelijks leven snel vergeten. Zelfs in
bijeenkomsten die
uitdrukkelijk de bedoeling hebben om een dialoog te voeren, in plaats
van een
discussie of een debat, vervallen we snel in onze oude gewoontes en
patronen.
Nu de zogeheten dialooggroepen in de context van Krishnamurti's
gedachtegoed
steeds meer plaatsvinden, lijkt het daarom niet overbodig deze
valkuilen en de
kern van de dialoog kort op een rijtje te zetten.
VALKUILEN
Als
mensen in een groep bij elkaar komen om ergens over te praten, treden
er
steevast een aantal verschijnselen op die wij allemaal uit ervaring
kennen. Dit
is het geval, ongeacht het onderwerp of de doelstellingen van de
bijeenkomst.
Het feit dat de groep samenkomt om over diepgaande levensvragen te
praten
garandeert niet dat het er anders aan toe gaat dan wanneer de groep
bijeen komt
om een politieke kwestie te bespreken, al mag dat op het eerste gezicht
misschien zo lijken. We brengen immers allemaal onszelf mee naar de
groep, met
onze vaste communicatiepatronen, onze gevoeligheden en identificaties.
Bij
sommigen zal dat zichtbaarder zijn dan bij anderen, maar niemand is
ervan
gevrijwaard.
Eén
van die verschijnselen is dat maar een paar mensen uit de groep het
woord
voeren, terwijl het merendeel van de aanwezigen niets zegt. Het lijkt
een
gesprek tussen twee of drie mensen in plaats van een gesprek met een
hele
groep. Nu kan het natuurlijk best zijn dat de andere mensen wel
degelijk
meedoen, maar het niet laten merken. Maar vaker zal het zo zijn dat de
sprekers
niet erg bezig zijn met wat de rest van de groep ervan vindt, maar
vooral met
het uit de doeken doen van hun eigen opvattingen.
Een
ander veel voorkomend fenomeen is dat degene die het woord voert niet
ingaat op
een reactie van een groepslid, maar wacht tot deze is uitgepraat om
vervolgens
zijn monoloog voort te zetten daar waar hij enkele minuten geleden
gebleven
was, niet gehinderd door wat zijn of haar groepsgenoot als reactie naar
voren
bracht. Het lijkt er in dat soort gevallen wel op alsof er helemaal
niet
geluisterd wordt, laat staan dat er dieper wordt ingegaan op wat iemand
anders
zegt. Van een dialoog is daarbij geen sprake. Het gaat er kennelijk
niet om dat
we samen tot een bepaald inzicht komen, maar dat mijn persoonlijke
mening alle
aandacht krijgt.
Soms
ontstaat er een echte discussie of een debat. Dat houdt in dat er
verschillende
opvattingen tegenover elkaar worden gesteld met de kennelijke bedoeling
dat
duidelijk wordt wat deze posities inhouden en welke van de twee de
beste is. In
onze cultuur wordt deze vorm van met elkaar praten erg gestimuleerd. Er
worden
zogeheten debatten georganiseerd, waarbij twee of meer posities worden
betrokken
en verdedigd. Daarbij speelt het aanvallen van de mening van de
tegenstander en
het verdedigen van de eigen mening een grote rol. Dat het hier om een
echt
gevecht gaat, in plaats van om een dialoog, blijkt wel uit het feit dat
na
afloop vaak de balans wordt opgemaakt, net als bij een bokswedstrijd,
en
winnaars en verliezers worden uitgeroepen. Het is duidelijk dat het in
dergelijke debatten niet zozeer gaat om de waarheid rond een bepaald
vraagstuk
op het spoor te komen, maar om het zegevieren van een bepaald
standpunt, of dat
nu waar is of niet. Binnen bepaalde grenzen zijn daarbij alle middelen
geoorloofd.
Een
ander welbekend verschijnsel is dat mensen in groepsgesprekken vaak
geëmotioneerd worden. Zo voelen sommigen zich gekwetst of verkeerd
begrepen en
worden kwaad of zelfs agressief. Weer anderen zijn jaloers of
geïrriteerd en
gaan de strijd aan met een medegroepslid. Het onderwerp van een groep
kan op
zichzelf al aanleiding geven tot emoties. Dat is bijvoorbeeld het geval
als het
gaat om onderwerpen waar sterke meningen over bestaan, waar we ons erg
mee
geïdentificeerd hebben, en veel emotionele energie in geïnvesteerd
hebben. Ook
als er ogenschijnlijk afstandelijk en rationeel over het onderwerp
gepraat
wordt, is niet zelden aan het non-verbale gedrag te zien dat mensen
geëmotioneerd zijn, maar hun gevoelens verbergen achter een scherm van
rationaliteit.
Wat
ook gebeurt is dat mensen het antwoord op de vragen van de groep al
weten en
het antwoord meteen op tafel leggen. Dat hoeft niet altijd het einde
van het
debat of de discussie te zijn, maar wel van de dialoog. Als het
antwoord al
vaststaat, houdt het zoeken op.
Bovenstaande
beschrijving moge wat overdreven lijken, de basale mechanismen spelen
ook in
onze dialooggroepen, al zijn de scherpe kantjes er misschien wat
afgehaald.
Niets menselijks is ons vreemd en we brengen dat allemaal mee naar een
groep,
ook als die een dialooggroep heet. De vraag is hoe we ermee omgaan.
UITGANGSPUNTEN
EN ATMOSFEER VAN EEN DIALOOGGROEP
De
dialooggroep heeft een aantal basale uitgangspunten.
De
meest belangrijke daarvan is misschien wel dat de vraag belangrijker is
dan het
antwoord. In onze cultuur, die uit is op exacte kennis en snelle
oplossingen,
is dit een buitengewoon radicaal standpunt. Wij zijn allemaal
geprogrammeerd om
snel een antwoord te krijgen of te geven op een vraag of een oplossing
voor een
probleem aan te dragen. Als het gaat om technische problemen is dat ook
prima:
als je wilt weten hoe laat de trein vertrekt, kun je dat maar beter
snel en
nauwkeurig aan de weet komen. Als het gaat om de grote levensvragen is
het
belangrijk niet te snel met een kant en klaar antwoord te komen. Het
vraagt om
een open houding, waarin geluisterd wordt naar de vraag en de eigen
reacties
erop, zonder die meteen als een definitief antwoord op de vraag te
zien. Er
moet ruimte blijven voor andere reacties. Dat brengt ook met zich mee
dat de
antwoorden van anderen evenmin meteen vanuit onze eigen antwoorden
worden
afgewezen of ondersteund. Al onze meningen zijn beperkt en kunnen nooit
de hele
waarheid aan het licht brengen. Dat maant tot bescheidenheid in plaats
van stelligheid.
Als we samen zoeken vanuit een open houding dan maken we meer kans dat
we
dichter bij de waarheid komen dan wanneer we ons met een bepaalde
stelling
identificeren en die met hand en tand verdedigen tegenover de mening
van een
ander. Met een dergelijke aanpak wordt veel energie verspild en worden
weinig
resultaten geboekt.
Een
atmosfeer van bescheidenheid, openheid en stilte is belangrijker dan
veel praten,
waardoor we gemakkelijk blijven hangen in een brei van woorden en geen
contact
maken met de diepere laag van ons weten, dat pas in stilte mogelijk is.
Met
andere woorden: als we blijven hangen in onze geconditioneerde kennis
en
geprogrammeerde reacties, dan is er weinig kans dat we dichter komen
bij wat
waar en nieuw is.
Om
stil te worden is het nodig dat we in de dialooggroep kijken naar onze
eigen
reacties, zonder dat die meteen in de groep worden gebracht. Wat zit ik
eigenlijk te doen op dit moment? Wat maakt mij zo geïrriteerd? Waarom
praat ik zoveel
of zeg ik helemaal niks? Waar ben ik bang voor? Het observeren van onze
emoties
en vaste patronen, ze niet te onderdrukken, maar wel te doorzien en te
herkennen, levert een belangrijke bijdrage aan de goede atmosfeer voor
een
dialooggroep. We zien bij onszelf wat er is en niet zelden geeft dat
ruimte tot
nieuwe openheid en contact. We brengen dan ter plekke in praktijk waar
het
eigenlijk in het werk van Krishnamurti om gaat. Dat wil niet zeggen dat
we als
een soort verlichte geesten bij elkaar moeten zitten, maar wel dat we
serieus
aandacht besteden aan onze eigen emoties, reacties en patronen en aan
de gevolgen
daarvan voor de groep. Anders dan in de gemiddelde therapeutische
groep, gaat
het er in de dialooggroep niet om dat we elkaar therapeutisch gaan
bejegenen,
maar dat we het probleem bij onszelf oplossen.
Een
goede dialooggroep vraagt van de deelnemers dat zij zichzelf tot op
zekere
hoogte tussen haakjes zetten. Met dat 'zelf' is vooral het
geconditioneerde,
neurotische zelf bedoeld, het geheel van geprogrammeerde patronen en
vaste opvattingen
waarmee we ons geïdentificeerd hebben. Er wordt niet mee bedoeld dat we
niet
duidelijk aanwezig zijn. Integendeel: angst om iets naar voren te
brengen dat
van belang is voor het verloop van de dialoog is even neurotisch als
alsmaar
aan het woord zijn.
Het
moge duidelijk zijn dat het scheppen van een goed klimaat voor een
echte
dialoog niet eenvoudig is en hoge eisen stelt aan de deelnemers.
PRAKTISCHE
PUNTEN
Wat
betekenen deze
algemene uitgangspunten concreet in de praktijk van de dialooggroep?
Allereerst
is een sfeer van stilte, aandacht en alertheid nodig. Als de
dialooggroep
begint, vraagt dit van ons dat we bewust omschakelen vanuit onze
sociale sfeer
(die vaak gekenmerkt wordt door oppervlakkigheid en gedomineerd wordt
door
vaste omgangsvormen) naar een sfeer van stilte. Het is goed om de
bijeenkomst
te beginnen met een stilte en te proberen de verdieping die daarin kan
optreden
tijdens de groep niet kwijt te raken.
Luisteren
naar anderen is essentieel. We moeten onszelf een beetje tussen haakjes
zetten.
Bijvoorbeeld door onze (geconditioneerde) reactie uit te stellen en zo
ruimte
te geven aan iets nieuws. Voorbeelden van zulke geconditioneerde
reacties zijn:
invullen en (subtieler): projecteren. In het laatste geval hebben we
het zelfs
niet eens in de gaten.
De
groep is belangrijker dan ikzelf. Het gaat er bijvoorbeeld niet om of
ik het
zeg, maar dát het gezegd wordt. Dit vraagt om vertrouwen in het
groepsproces en
dat het uiteindelijk ergens toe leidt. Dat vertrouwen kan gemakkelijk
op de
proef gesteld worden, omdat het veronderstelt dat elk groepslid serieus
genomen
wordt. Als je je ergert, focus dan op deze ergernis, in plaats van als
een
Pavlov-hond te reageren.
Jezelf
observeren is wellicht het belangrijkste wat je in een dialooggroep
kunt doen.
Het is de meest concrete vormgeving van 'jezelf tussen haakjes zetten'.
Dit is
niet hetzelfde als passief zijn of je terugtrekken. Als je het
werkelijk doet,
komt er daarna ruimte voor een stem die niet voortkomt uit je
geconditioneerde
patronen, maar uit een heel andere laag. Dan zul je spontaan reageren
en er is
geen spanning meer, omdat je zelf niet meer op het spel staat.
DE
FACILITATOR
De
facilitator is iemand die uitdrukkelijk de taak op zich neemt om de
groep
volgens de uitgangspunten van de dialoog te laten verlopen. Toch is
ieder
groepslid verantwoordelijk voor alles wat in de groep gebeurt. Er is in
deze
absoluut geen sprake van inhoudelijke of een andersoortige autoriteit.
Maar de
facilitator heeft wel een speciale verantwoordelijkheid. Zo kan hij of
zij
bijvoorbeeld proberen ervoor te zorgen dat iedereen zoveel mogelijk aan
het
gesprek deelneemt. Ook kan hij ingrijpen als sommige groepsleden de
dialoog,
meestal zonder dat zij het in de gaten hebben, onmogelijk maken,
bijvoorbeeld
door langdurig en bij herhaling op een dwingende wijze aandacht te
vragen voor
zijn of haar persoonlijke problemen. Een ander voorbeeld is wanneer
iemand steeds
weer opnieuw een bepaalde (eigen) theorie als ultieme waarheid naar
voren
brengt, zonder serieus open te staan voor andere invalshoeken.
In
het algemeen zijn alle groepsleden ervoor verantwoordelijk dat de groep
niet
vervalt in theoretiseren, analyseren en praten over. De beste manier
daarvoor
is uiteraard om zelf het goede voorbeeld te geven.
Deze
voordracht werd gehouden op de Landelijke Bijeenkomst van de Stichting
Krishnamurti Nederland te Naarden op 14 april 2007.
Gepubliceerd
in 'IN FEITE' -
2008 [terug
naar boven]
|